vrijdag 24 maart 2017

























Toen ik op de middelbare school zat was ik verschrikkelijk bang om niet te weten, om geen antwoorden te hebben op al die vragen die school stelde. Nu zat en zit het schoolsysteem nog steeds zo in elkaar dat als je heel vaak het antwoord niet weet, je dan blijft zitten. Niet handig. Maar wat daar zo verschrikkelijk jammer aan is, is dat door dit systeem van “goede en foute antwoorden op een vraag”, de nadruk vooral komt te liggen op de antwoorden en niet op de vragen. Dus op de feiten. Op wat klopt en wat niet klopt. Op wat waar is en niet waar.

Je zou er haast door gaan denken dat we voor het overgrote deel precies weten hoe de wereld en het leven in elkaar zitten. Maar als je het mij vraagt (niet dat ik daar nu persé het góede antwoord op weet) dan wordt bestaande kennis regelmatig achterhaald en is de belangrijkste open leerhouding die van: beseffen wat je allemaal nog niet weet. Maar al zou ik hierin ongelijk hebben: hoe belangrijk is het eigenlijk om precies de antwoorden te weten op de wat en hoe en waarom en hoezo?
Al deze focus op het exact leren van de juiste antwoorden in een school werkt zichtbaar averechts op de nieuwsgierigheid van de gemiddelde leerling. In elk geval wel bij die van mij. En ook bij die van mijn kinderen.

Hoe zou het zijn we ons vooral mogen richten op het stellen van vragen? Uit die vragen rollen natuurlijk antwoorden, maar die zijn dan alleen van belang voor het stellen van weer nieuwe vragen. En nog meer nieuwe en  nog meer en nog meer… Via proefwerken en examens zou je dan ook niet meer beoordeeld worden of je de juiste antwoorden weet, maar of je de juiste vragen weet te stellen. Ik denk dat dit leidt tot veel meer nieuwsgierigheid en veel minder angst om fouten te maken, en bovenal tot een enorme toename van het plezier om naar school te gaan.

Had ik mijn eigen schooltje gehad en had ik daar zelf daar dertig jaar geleden opgezeten, dan had ik het wel geweten... 

20170324