Vorige week bestelde ik weer een boek. Genade van Adyashanti. Al na een paar bladzijden vertelde hij me dat ik ten onrechte mijn gedachten geloofde. Huh? Iedereen gelooft toch zijn gedachten? Ik schreef de vorige keer nog dat je zo heerlijk zelf mag kiezen wat je gelooft en dat je in navolging daarvan doet of niet doet. En om zo te kunnen doen of niet te doen moet je toch zeker wel je gedachten, die je na zorgvuldige selectie hebt uitgekozen, voor waar aannemen? Nee hoor, zegt Adyashanti, het is (vrij vertaald) absoluut flauwekul om je gedachten te geloven. Niks van wat je denkt is waar. Je dénkt dat het waar is, maar ook dat is weer een gedachte en die gedachte hoeft ook helemaal niet waar te zijn. Adyashanti lanceert dus de gedachte dat we geen van onze gedachten hoeven te geloven. Mag ik die gedachte dan wel voor waar aannemen? Pfff… kun je het nog volgen?
Ik neem maar even mijn toevlucht tot dit beginsel: “Iets is waar tot het tegenovergestelde is bewezen.” Dit ‘iets’ is in dit geval de gedachte dan mijn gedachten niet waar zijn. Ik zou dus mijn gedachten niet serieus hoeven te nemen tot ik bewijzen heb verzameld die mij tonen dat er wel iets van waarheid is. Ik ga dus uit van de idee dat mijn gedachten niet waar zijn. Dat is nogal wat voor iemand zoals ik die graag en veel denkt…
Wat gebeurt er als ik mijn gedachten niet meer geloof? Volgens Adyashanti krijg je dan als vanzelf de houding van een beginner, van iemand die niet weet. Kenmerkend voor een beginner is dat je open staat voor wat er komt, dat je vrij bent in het kijken naar wat er gebeurt, naar wat er gezegd wordt, naar wat je voelt, naar wat er bij een ander speelt. Hoe zou het zijn als je je leven lang deze beginners houding aanmeet? Het niet weten iedere dag als uitgangspunt neemt. De vrijheid te ervaren om te zien en te horen, om te voelen wat je voelt, om je gedachten te laten komen en net zo gemakkelijk weer te laten gaan. Al die drukte in je hoofd over wat je vindt van wat er is, van wat er moet gebeuren of had moeten gebeuren, het is allemaal niet waar. Heerlijk! Ik denk (daar heb je weer zo’n gedachte) dat ik die gedachte maar eens voor waar aanneem. Of nee, eigenlijk… ook dat hoef ik lekker niet te weten …