donderdag 20 februari 2014

©

stilletjes

ik hing vandaag
de zon op
aan een haakje
in het blauw
ik bundelde
haar stralen
liet ze schijnen
zacht op jou
en in het licht
zag jij jezelf
je schaduw
die verdween
vlug om het hoekje
greep ik hem
en liet jou
nergens
nooit alleen

4 april 2013 
Ellen van Hierden

……………………………………………………………………………………………………………………………………

Soms is iemand van wie je heel erg veel houdt heel erg verdrietig. Ik word altijd erg geraakt door het verdriet van mijn lieve lieven. Dan zou ik eigenlijk willen dat ik de nare situatie en de zware gevoelens bijeen kon vegen, in mijn zakken kon stoppen en het kon wegvoeren naar plaatsen waar het nooit meer gevonden wordt.

Natuurlijk weet ik dat dit niet kan. Dat verdriet komt en gaat. Dat wit veel witter is naast zwart. Ik heb het zelf gevoeld. Ik heb het om me heen gezien. Maar wat kun je dan doen als iemand zo verdrietig is, als je dit verdriet niet kunt en hoeft weg te nemen omdat je weet dat dit gevoeld mag worden en dat het zeker weten op een dag weer lichter wordt…

Ik verzamel dan al mijn lief, alle warmte, alle moed en al mijn vertrouwen, en pas als ik hiermee gevuld ben kan ik ruimte maken voor het verdriet van de ander, kan ik mijn armen en mijn hart openen en het verdriet en de ander laten zijn zoals het is. En dan hoop ik maar dat dat kleine beetje aandacht weer een klein beetje moed geeft om een klein beetje meer te durven zien en te aanvaarden wat er is.


vrijdag 7 februari 2014

©

schuilen

jij was altijd al groot
en ik altijd wat kleiner
toen jij naar school
en ik nog speelde
toen jij je kussen
met me deelde
omdat ik bang was
voor de dood
toen jij al ging
en ik nog bleef
toen pas werd ik
net zo groot

31 januari 2014
Ellen van Hierden

……………………………………………………………………………………………………………………………………

In een rij met broers en/of zussen ben je oudste, middelste, vierde in rij, jongste... en deze plek in het gezin waarin je opgroeit heeft wonderbaarlijk veel invloed op hoe je opgroeit. 

Ik was de jongste van drie, nee ik bén de jongste van drie. Het tweede meisje na een meisje en een jongen. Het kleine zusje van mijn grote zus. Een zusje dat weliswaar áltijd en óveral te jong voor was en nóóit met de groten mocht meedoen, maar dat zich aan de andere kant ook veilig voelde bij haar zus die al zoveel meer van het leven wist. Een zusje dat altijd het kleine zusje bleef, hoezeer onze levens ook gelijkwaardig waren geworden. Een zusje dat hun ‘hele zusjes leven lang’ het gevoel bleef houden dat haar grote zus er hoe dan ook voor haar 
zou zijn.


Toen ik 12 was en zij 15, was ik bang voor de dood en zij niet. Toen ik 43 was en zij 46, ging zij dood en ik niet. In haar laatste weken waren we elkaars grote en kleine zus. Ik was niet meer de kleinste en zij niet meer de grootste. We waren gewoon wie we waren, voor en met elkaar. Nu zij er niet meer is, zoek ik soms naar wie ik ben. Haar overlijden maakte me in één klap groot en ook in leeftijd heb ik haar ingehaald. Toch ben ik en blijf ik ook altijd het kleine zusje. Alleen nu zonder grote zus.