woensdag 21 mei 2014

©

(gepubliceerd in:
Kwijt! Verlies bij mensen met een verstandelijke handicap
ISBN 978-90-75334-00-5)

















Soms word ik wakker met een hol gevoel in mij, een ontbreken van licht, van energie, in een leegte die me omhaalt en me al mijn krachten ontneemt. Soms overkomt me dat holle gevoel ook zomaar, midden op een dag. Door iets wat iemand zegt, door wat ik zie, wat ik lees, wat ik dacht of door schijnbaar niets. Soms voel ik het een tijdje wat minder, zou ik bijna vergeten dat het er was, maar dan, op een dag, komt het toch weer terug. Niet altijd even groots en meeslepend, maar het is er, voelbaar, hoorbaar, als een ondertoon die meebromt op het ritme van de dag. Soms merk je hem haast niet op, maar soms ook overschreeuwt hij mijn hele dag.

Dat het blijft en niet overgaat is eigen aan alle soorten groot verlies. Dat wat je kwijt bent, is er elke dag niet meer. Dat wat was en niet terugkomt, maar ook dat wat nooit geweest is en nooit zal zijn, veroorzaakt pijnlijke en rauwe scheuren in ons gladde bestaan. De vraag waarmee ik worstel is: smeer ik de scheuren dicht zodat aan de buitenkant niets te zien is van de gebarsten ondergrond of laat ik de scheuren zichtbaar zijn? Zo'n gladde buitenkant voelt raar, onecht ook, en eenzaam in mij. Maar hoe kwetsbaar ben ik als ik de scheuren de scheuren laat, als ik mijn verdriet dwars door mijn huid durf te voelen en te laten zien? Is het dat ik het beeld tegenover mezelf niet goed verdraag? Ik, de sterke, de stoere, de verstandige, ik die alles aankan, ook ik lig soms in een hoopje opgekruld omdat de scheuren te hard aan me trekken. Is dat wat ik de buitenwereld wil laten zien? Nee. Ja. Of eigenlijk, ik weet het niet. Mijn holle gevoel is wel mijn ondertoon, het is de grondtoon voor de rest van mijn leven. Ik kan in geen andere toonsoort meer zingen dan deze, omdat het is zoals het is. Onomkeerbaar. Wat zou ik graag de moed hebben om de gladde buitenkant te laten kreuken zoals het kreukt, de scheuren te laten zoals ze zijn en het lied te vinden dat hierbij past.

Kort geleden waren we in Luxemburg. Het rotslandschap daar is ontstaan door scheuren. Miljoenen jaren geleden braken gigantische delen in stukken, omdat dat nu eenmaal gebeurt. Het heeft een prachtig ruw landschap opgeleverd waarbij ik me goed voel. Misschien wel juist omdat het me laat zien dat schoonheid ook schuilt in ruwheid, in puurheid, in scheuren en kloven en in het laten zijn en laten zien zoals het is.