vrijdag 18 maart 2016

©
 
 
Met een fleecedeken over mijn benen en twee extra vesten aan, zat ik vroeg in de ochtend aan mijn computer. Mijn schrijf- en muziekkamertje ligt op het Noordoosten, de meest schaduwrijke, koude plek van het huis.

Ik typte, zoals altijd wanneer ik ga dichten, vrij associërend op één woord allerlei soorten zinnetjes van allerlei lengtes onder elkaar. Na driekwart pagina had ik nog geen richting, geen mooie zin, geen gevoel, geen idee.

Mijn handen waren ondertussen heel koud geworden en ik begon ze stevig tegen elkaar te wrijven. En omdat niks van wat ik geschreven had me uitnodigde om verder te gaan, liet ik mijn handen boven het toetsenbord zweven. Ik keek ernaar en dacht opeens aan de oefening waarbij je je handen, met de handpalmen naar elkaar toe, steeds een beetje van elkaar weg en naar elkaar toe beweegt, waardoor er lijkt alsof er tussen je handen een bal van lucht ontstaat.

Ik  voelde de bal en speelde er een beetje mee. En ik keek naar buiten. En speelde weer met de bal. Ik maakte hem groter en kleiner, wiegde hem heen en weer, gleed met mijn vingers langs de wanden en mijn aandacht dwaalde af naar wat ik de dag daarvoor had geschreven. Over hoezeer we als mens in beslag genomen kunnen worden door de druktes in ons hoofd. Door al die zinnen en beelden, al die zorgen, aannames, oordelen, observaties. Ze stuiteren maar niet constructief door je hoofd en bepalen daarbij ook nog eens een groot deel van hoe je je voelt.

Moe word ik ervan. Vooral als ik wel weet dat er een hoop drukte in mijn hoofd is, maar niet precies waar ik me nou zo druk om maak.

Daarom besloot ik die dag om maar eens alles op te schrijven wat er in mijn hoofd opkwam. En dat was veel! En veel door elkaar. Woorden, zinnen, beelden, flarden, flitsen, vleugjes. Ik had me voorgenomen om door te schrijven tot ik zou merken dat er aarzelingen in mijn schrijven zouden komen. Momenten waarop mijn pen zou stilvallen.

En zowaar…, na een hele tijd schrijven werd het rustiger in mijn hoofd. Werd ik rustiger. Voelde het alsof het in mijn hoofd letterlijk lichter en helderder was. Ik realiseerde me weer hoeveel energie het kost om gedachten, gevoelens, herinneringen en angsten, die zich net onder de oppervlakte bevinden, weg te drukken en hoe fijn het is als je die wolk doorprikt en laat verdwijnen.

Mijn handen lieten de bal los en begonnen te typen.