donderdag 24 maart 2016





















Streel je met je handen of sla je ermee? Kijk je boos en afhoudend de wereld in of staan je ogen vriendelijk en uitnodigend? Gebruik je aardige woorden of vecht je ermee? Wat doe je? Wat kies je?

Ik wil zo graag schrijven over dat je áltijd een keuze hebt in de manier waarop je tegen anderen doet. Maar ik worstel. Hoe kan ik dit wat voor mij zo essentieel en belangrijk is, op een mooie, eenvoudige en heldere manier in een gedicht opschrijven? Ik heb al heel wat pogingen gedaan en steeds weer vind ik het onnozel klinken. Te belerend ook. Ik wil het graag klein houden. Ik wil niet mijn mening uitstrooien over anderen, maar het alleen over mezelf hebben. Ik wil ook geen maatschappelijke of politieke boodschap uitspreken. Zoals ik het voel begint alles wat groot is in het klein bij jezelf en vanuit daar, binnenin mij, wil ik schrijven.

Waarom lukt het schrijven dan toch steeds niet?
Omdat ik zèg dat ik het over mijzelf wil hebben maar dat tegelijkertijd ook heel confronterend vind. Dus ik draai eromheen. Want ik voel me verpletterd als anderen zich niet met mij verbinden. Onbeduidend ook. En onzeker. En dan blijft er voor mij nog maar één vraag over: Waarom? Waarom wegduwen als je ook kunt omarmen? Waarom vernederen als je ook kunt bemoedigen?

Alle mensen hebben een bewustzijn meegekregen. Meer dan welk wezen hier op aarde ook. We kunnen ons bewust zijn van wat we doen. Van waarom we iets doen. En, het allerbelangrijkst, van wat we wíllen doen. Wij hebben keuzevrijheid. Elke keer weer kunnen we beslissen hoe we met onszelf en met anderen omgaan. Willen we ons verbinden of willen we de verbinding verbreken?

Het antwoord op deze vraag is voor mij glashelder.